Nieuws

Auteur
Paul Jongen

Vertegenwoordigingsbevoegdheid: twee-handtekeningen-clausule kan tot onverwachte problemen leiden

Bij B.V.'s en N.V.'s bepaalt de wet dat het gehele bestuur de vennootschap vertegenwoordigt. Voorts is ook elke afzonderlijke bestuurder bevoegd de vennootschap te binden, tenzij de statuten anders bepalen. Er kan bijvoorbeeld gekozen worden voor een twee-handtekeningen-clausule: een bestuurder moet steeds samen met een andere medebestuurder (of procuratiehouder) tekenen. 

Samen tekenen betekent dat gezamenlijk optreden nodig is om de vennootschap te binden; eigengereid handelen van een individuele bestuurder wordt aan banden gelegd. Dat zal de reden voor een dergelijke bepaling wel zijn. 

Maar wat als deze bedoeling in het tegendeel komt te verkeren? Wanneer sprake is van twee directeuren van wie één de twee-handtekeningen-clausule juist misbruikt om actie van de vennootschap jegens hem te blokkeren? Bijvoorbeeld in een situatie dat een bestuurder weigert door hem van de vennootschap opgenomen gelden terug te betalen? Kan de (enige) andere bestuurder dan toch een procedure namens de vennootschap jegens hem aanspannen? 

De rechtbank Haarlem meent in een recente uitspraak in ieder geval dat dit niet kan: gezien de gezamenlijke bevoegdheidsclausule werd geoordeeld dat de vennootschap niet rechtsgeldig was verschenen. Omdat er ook op andere gebieden sprake was van patstellingen tussen beide bestuurders meende de rechtbank dat een zogenaamde enquêteprocedure voor de Ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam de aangewezen weg was om dit probleem op te lossen. 

Echter, de vennootschap krijgt hiermee voorlopig haar geld nog niet terug.  Een dergelijke vordering valt in een enquêteprocedure voor de ondernemingskamer, die zich, kort gezegd, richt op het onderzoeken of er sprake is van wanbeleid, niet in te stellen. Dit kan in moeilijke economische tijden voor de vennootschap toch problematisch zijn. 

Overigens lijkt de Ondernemingskamer zelf in dit soort vertegenwoordigingsproblematiek een genuanceerdere opvatting aan te hangen. Zij heeft in een aantal enquêteprocedures geoordeeld dat bij een twee-handtekeningen-clausule één der bestuurders toch zelfstandig bevoegd was om namens de vennootschap een verweerschrift in te dienen.  De verzoeker kwam in redelijkheid geen beroep toe op de onbevoegdheid van de alleen handelende bestuurder van de vennootschap. Dat gold althans voor de kwestie die daar aan de orde was: gesteld onjuist beleid dat zijn grondslag vond in de onverzoenlijke en onoverbrugbare tegenstellingen tussen beide bestuurders. 

Moraal: het twee-handtekeningen-systeem voorkomt mogelijk eigengereide acties van een individuele bestuurder, maar het maakt het ook moeilijk voor de vennootschap om ertegen op te treden.

8 februari 2012

Heeft u vragen over dit onderwerp of heeft u andere vragen op het gebied van ondernemingsrecht? Neemt u dan contact op met Paul Jongen op 020 - 577 77 00.