Nieuws
Geen WW-uitkering voor 'zieke' hardloper
Op 11 januari 2012 oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat het UWV de WW-uitkering van een arbeidsongeschikte werknemer had moeten weigeren, omdat hij verwijtbaar werkloos was geworden doordat hij zonder toestemming van zijn werkgever had deelgenomen aan de Dam tot Damloop.
Wat speelde er?
De werknemer was sinds 1 januari 2002 in dienst van werkgever als Allroundmedewerker. In verband met knieoperaties en een auto-ongeval heeft de werknemer sinds 23 november 2006 geen werkzaamheden meer verricht. De bedrijfsarts heeft op 13 december 2007 nog geoordeeld dat er weinig verbetering zichtbaar is ondanks de gestarte behandeling voor de knieklachten. Nadat werkgever erachter is gekomen dat de werknemer op 23 september 2007 heeft deelgenomen aan de Dam tot Damloop (afstand 16,1 km), dient hij een ontbindingsverzoek bij de kantonrechter in.
De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst per 1 november 2008 op grond van een dringende reden. De dringende reden betreft de ernstige veronachtzaming van de re-integratieverplichtingen nu de werknemer zonder daaraan voorafgaande toestemming van de werkgever heeft deelgenomen aan de Dam tot Damloop, waarmee hij de werkgever en de bedrijfsarts heeft misleid.
Desondanks heeft het UWV de werknemer wel per 20 november 2008 een WW-uitkering toegekend. Nu de werkgever hiervoor als eigen risicodrager zelf de kosten draagt, heeft de werkgever hiertegen bezwaar gemaakt en vervolgens beroep bij de rechtbank ingesteld. De rechtbank heeft het beroep van de werkgever gegrond verklaard en geoordeeld dat er sprake is van verwijtbare werkloosheid in de zin van artikel 24 WW.
De werknemer stelt in hoger beroep dat:
- zijn arbeidsongeschiktheid meer oorzaken had dan alleen de knieklachten;
- niet is gebleken dat de werknemer zijn re-integratie heeft belemmerd;
- de werkgever had moeten overgaan tot het opschorten van loon in plaats van ontslag;
- er geen sprake is van een objectief en subjectief dringende reden.
Centrale Raad van Beroep
De Raad meent net als de rechtbank dat de gedragingen van de werknemer zijn aan te merken als objectieve en subjectieve dringende redenen, zodat niet opschorting van het loon de aangewezen sanctie vormt, maar een ontslag. De werknemer is verwijtbaar werkloos geworden en het UWV had dan ook de uitkering met ingang van 20 november 2008 blijvend geheel moeten weigeren.
Dat er achteraf kan worden geconstateerd dat er geen gezondheidschade is ontstaan door deelname aan de hardloopwedstrijd is niet relevant. Het gaat erom dat de werknemer voorgenomen activiteiten met de bedrijfsarts dient te bespreken als er een niet geringe kans is dat die van invloed zijn op zijn gezondheidstoestand. Verder betekenen de overige bestaande klachten niet dat de werknemer geen ernstig verwijt valt te maken van het verstrekken van onjuiste informatie over de mogelijkheden om zijn knie te belasten en het verzwijgen van zijn deelname aan de Dam tot Damloop.
Conclusie
Het kan voor een werkgever die eigen-risicodrager is, dus zinvol zijn om het besluit tot toekenning van een WW-uitkering aan een werknemer aan te vechten als de arbeidsovereenkomst op grond van een dringende reden door de kantonrechter is ontbonden. Datzelfde geldt voor de situatie waarin de werkgever heeft gekozen voor een ontslag op staande voet.
10 februari 2012
Heeft u vragen over dit onderwerp of heeft u andere vragen op het gebied van arbeidsrecht? Neemt u dan contact op met Maartje Briedé op 020 - 577 77 00.