Uitspraak van de week: "Inzet van bedrijfsrecherche levert niet de gewenste uitkomst op"

Een werknemer van een bedrijf dat zich bezig houdt met laad-, los- en overslagactiviteiten is al geruime tijd arbeidsongeschikt. De bedrijfsarts is aangehaakt en er is een arbeidsdeskundig onderzoek verricht waaruit blijkt dat hij op medische gronden over beperkt benutbare mogelijkheden beschikt. Hij is beperkt in het tillen, dragen en kan maximaal 10-15 minuten achter elkaar staan of zitten. Hij wordt volledig arbeidsongeschikt voor de eigen bedongen arbeid geacht. Partijen starten een tweede spoortraject maar ook dat levert weinig resultaat. De werknemer zegt de hele dag pijn te voelen.

De werkgever vertrouwt het desondanks niet en schakelt een bedrijfsrecherche in. In totaal is er door het bureau op 16 dagen geobserveerd. De werknemer wordt op 10 februari 2023 bij de werkgever verwacht om ‘op de kop koffie te komen’. Dat blijkt een klein leugentje. Er zit een leger aan personen klaar, waaronder de CFO, Managing Director en twee personen van het bureau dat de observaties heeft verricht. De werknemer wordt het vuur aan de schenen gelegd, met name omdat geobserveerd zou zijn dat hij bij het verhuizen behoorlijk actief was. De werknemer erkent dat hij enkele lichte klusjes heeft gedaan, maar dat hij vervolgens knock-out op de bank ligt. Dat is dan weer niet in het rapport van de bedrijfsrecherche terug te vinden. De werkgever ontslaat de werknemer op staande voet vanwege ‘misleiding’ van de werkgever.

De rechtbank en later het hof gaan hier niet in mee. Van de 16 dagen waarop de werknemer geobserveerd is, is hij in ongeveer de helft van de dagen inactief. Dat strookt dus met zijn ziektebeeld. Op de dagen waarop hij wel actief is, is het echter zeer beperkt. Dat rechtvaardigt geen ontslag op staande voet. De werkgever had ook nog eens verzuimd om de bevindingen voor te leggen aan de bedrijfsarts om diens oordeel te vragen of de activiteiten passen binnen het ziektebeeld van de werknemer.

De kantonrechter had de werkgever veroordeeld om de werknemer weer toe te laten tot het werk. Het hof laat dit in stand. Ook krijgt de werknemer een (hoogst uitzonderlijke) immateriële schadevergoeding van EUR 2.500,- toegewezen. De inzet van een bedrijfsrecherche kan nuttig bewijsmateriaal opleveren; gebruik het wel verstandig, in overleg met de bedrijfsarts en de jurist.