19 december 2017 - Koos van den Berg

De Salderingsregeling

Opnieuw staat de salderingsregeling ter discussie.
De salderingsregeling geldt voor mensen die zelf duurzame stroom produceren, bijvoorbeeld met zonnepanelen op hun dak of met warmtepompen. De salderingsregeling was bedoeld om het opwekken van duurzame energie door huishoudens  aan te moedigen. Dat is goed voor het klimaat. Deze salderingsregeling is door het PBL het grootste succes van de Nederlandse energie-verduurzaming genoemd. Eindelijk een wet die doet waarvoor hij bedoeld was. En toch wordt hij nu ter discussie gesteld. Alweer. Amper twee jaren nadat Minister Kamp had toegezegd dat de regeling in ieder geval tot 2023 zou blijven bestaan, nadat hij eerst had gedreigd hem af te schaffen. Beloftes in de Nederlandse politiek duren kennelijk nooit langer dan tot de volgende verkiezingen.

Het argument voor afschaffing van de salderingsregeling is weer precies hetzelfde als twee jaar geleden:  de salderingsregeling zou een subsidie zijn, en vooral: een veel te dure subsidie.

Klopt dat?
Nee. Het is zelfs baarlijke nonsens, maar het vervelende is dat iedereen elkaar is gaan napraten. Zo worden fabeltjes vanzelf een self-fulfilling prophecy en worden ‘alternative facts’ de nieuwe waarheid.

Hoe steekt de salderingsregeling wél in elkaar?

De bedenker van de Nederlandse salderingsregeling was Diederik Samsom. Hij bedacht dat de salderingsregeling moest werken als een soort tweetraps-raket.  De eerste trap is bedoeld voor huishoudens die, gemeten over een jaar, minder stroom produceren dan ze nodig hebben. De tweede trap is voor huishoudens die gedurende een jaar juist méér produceren dan ze zelf nodig hebben.  Het rumoer dat de salderingsregeling zo duur is, gaat altijd over de eerste trap. Die werkt als volgt.

Alle huishoudens betalen netbeheer-kosten om het net te mogen gebruiken.
Als je, als huishouden met bijvoorbeeld zonnepanelen, op enig moment in het jaar méér stroom produceert dan je op datzelfde moment nodig hebt, dan mag je het ongebruikte overschot op het elektriciteitsnet zetten (‘in-voeden’) om die ongebruikte stroom er later[1] weer vanaf te halen en alsnog te gebruiken.
Dus is niet alle stroom die je in dat jaar van het net hebt gehaald, daar speciaal voor jou op gezet door jouw leverancier; een deel van die stroom heb je er zelf opgezet. Jouw eigengemaakte stroom hoef je natuurlijk niet van je leverancier te kopen of geleverd te krijgen – want die stroom is al van jou.
De leverancier mag jou daarom uitsluitend een rekening sturen voor de hoeveelheid stroom die hij daadwerkelijk voor jou heeft moeten inkopen en voor jou op het net heeft moeten zetten. Van de totale hoeveelheid stroom die je van het net hebt gehaald, moet door de leverancier dus eerst de hoeveelheid stroom die je zelf op het net hebt gezet, worden afgetrokken. Uitsluitend voor het daarna resterende saldo (vandaar ‘salderen’) mag de leverancier een rekening sturen wegens door hem aan jou ‘geleverde stroom’.

Zo is het geregeld in het eerste lid van artikel 31c Elektriciteitswet.

Fiscale consequenties

In de systematiek die de wetgever heeft gekozen, ‘levert’ en factureert de leverancier dus uitsluitend de hoeveelheid stroom die hij ‘per saldo’ voor jou op het net heeft moeten zetten.
Het begrip ‘leveren’ is juridisch van belang, omdat de fiscale wetgeving bepaalt dat zowel de BTW als de Energiebelasting uitsluitend geheven worden over stroom die aan jou ‘geleverd’ wordt.
De hoeveelheid stroom die jij voor jezelf op het net hebt gezet en later er voor eigen gebruik weer afgehaald hebt, is niet door iemand anders aan jou ‘geleverd’ en daarover ben je dus geen BTW en Energiebelasting verschuldigd.

De BTW en Energiebelasting zijn voor grootverbruikende bedrijven weliswaar zeer laag en daar is vast een goede reden voor,  maar voor gewone gezinshuishoudens zijn de tarieven juist bijzonder hoog.  Je kunt als huishouden dus veel belasting uitsparen, als je je stroom niet laat ‘leveren’ door een leverancier die jou daarover veel BTW en Energiebelasting in rekening brengt, maar in plaats daarvan zelf je eigen stroom gaat produceren. Net zoals je BTW kunt besparen door zélf je sperzieboontjes te telen in plaats van ze te kopen bij de groenteboer.

Leve de salderingsregeling! Weg met de salderingsregeling!

Zo werkt dus de salderingsregeling. En het loopt storm. Leve de salderingsregeling!
Want nu kunnen ook de gewone gezinnen, de middeninkomens zeg maar, eens een keer een belastingvoordeeltje halen door iets te doen dat bovendien goed is voor klimaat en milieu. Het geeft de burger een goed gevoel want je bent ‘goed bezig’ de wereld een beetje beter te maken. De aanschaf van zonnepanelen is  wel even een investering, maar aangezien je daarna jarenlang veel geld uitspaart doordat je bijna geen dure stroom meer hoeft te kopen, hebben je zonnepanelen zichzelf terugverdiend na ongeveer acht tot tien jaar. Daarna gaan ze nog zeker 15 jaar mee waarin je geld blijft uitsparen. Je kunt je spaargeld beter als zonnepanelen op je dak zetten dan op de bank, want dat levert, althans op de lange termijn, veel meer op.

De salderingsregeling is door die combinatie van ‘het goede doen’ en rendement-op-termijn een groot succes geworden en helpt mee breed politiek draagvlak te kweken voor de noodzakelijke energie-transitie. Na de eerste koplopers is het nu vooral de middenklasse die zich aan de zonnepanelen waagt. De middenklasse van goedwillende burgers die op zich best wel willen, maar het gevoel hebben altijd de rekening te  krijgen. Dat dreigt nu dus ook weer te gebeuren.

Want nu roepen sommigen, dat door de salderingsregeling deze gewone huishoudens, deze  middenklasse-gezinnen,  een veel te hoge subsidie krijgen voor de stroom die ze ‘invoeden’ op het net en dat de salderingsregeling daarom moet worden afgeschaft.

Een besparing is géén subsidie.

Subsidie zei u? Waar dan? Welke subsidie? Subsidie waarvoor? Hoeveel subsidie, en van wie?

Ik heb net uitgelegd hoe de salderingsregeling werkt. Ik kan daarin geen enkele subsidie-betaling of vergoeding aanwijzen. Niemand kan dat. Want er is geen subsidie.

Ik krijg als huishouden absoluut géén subsidie-vergoeding voor de stroom die ik zelf ga produceren. Wel is het zo dat ik veel geld kan besparen als ik zelf stroom ga produceren. Dan hoef ik namelijk minder stroom te kopen van een leverancier die winstmarges rekent en vooral héél veel belasting in rekening moet brengen. Maar een besparing door ‘zelf-doen’ is geen subsidie. Als ik zelf sperzieboontjes teel, dan is het toch ook geen subsidie dat mijn groenteboer minder boontjes aan mij levert, en dus minder factureert en minder BTW in rekening brengt en dat de Staat dus minder BTW ontvangt?  Wat is het voor malligheid om deze besparing een subsidie te noemen?
Toch zijn er mensen (ik citeer uit een column van Henri Bontebal) die blijven volhouden dat de salderingsregeling “er voor zorgt dat een huishouden een even hoge vergoeding ontvangt voor de stroom die zij op het net invoedt als zij betaalt voor de stroom die zij van het net afhaalt”.

Pardon? Huishoudens die “een hoge vergoeding ontvangen”.  Een vergoeding? Waar dan? Van wie?Deze mensen lezen kennelijk de wet niet en ze maken een denkfout.
Een eenvoudig rekenvoorbeeldje laat zien waar ze de mist in gaan.

Rekenen vs.  misrekenen en een wonderbaarlijk mirakel.

Eerst het rekensommetje zoals dat volgens de wet moet worden gemaakt.

Stel, ik haal in een jaar 3000 kWh van het net, maar ik heb zelf 2000 kWh ingevoed. Uit de wettekst volgt, dat mijn leverancier dan maar 1000 kWh  (het saldo van de ‘onttrokken’ 3000 kWh minus de ‘ingevoede’ 2000 kWh) in rekening mag brengen voor aan mij ‘geleverde’ stroom. Mijn leverancier rekent, inclusief BTW en Energiebelasting, een prijs van 0,22 euro per geleverde kWh. Hij stuurt mij dus een jaarafrekening van 1000 x 0,22 =  220 euro.

De mensen die de mist in gaan, maken een verkeerd rekensommetje. Die zeggen: je hebt 3000 kWh van het net gehaald. Bij een stroomprijs van 0,22 euro per kWh (inclusief BTW en Energiebelasting) leidt dat tot een jaarafrekening van 660 euro.  Voor de 2000 kWh stroom die je hebt ‘ingevoed’ krijg je echter een ‘vergoeding’ van eveneens 0,22 euro per kWh en dus heb je recht op 440 euro.  Vervolgens salderen ze deze twee geldbedragen (660 minus 440) en komen dan eveneens uit op een jaarafrekening van 220 euro. En vervolgens beginnen deze mensen te klagen dat een vergoeding c.q subsidie van 0,22 euro per ‘ingevoede’ kWh eigenlijk een veel te hoge ‘vergoeding’ is voor het opwekken van duurzame stroom.Maar hun rekenmethode is in strijd met de wettelijk voorgeschreven rekenmethode.
a)            Je moet geen geldbedragen met elkaar salderen aan het eind van je berekening, maar hoeveelheden elektriciteit aan het begin van je berekening.
De wet zegt immers duidelijk dat de leverancier de hoeveelheden onttrokken en ingevoede stroom moet salderen, en dat uitsluitend het dan verkregen stroomsaldo mag worden gefactureerd als ‘geleverde’ stroom waarover BTW en Energiebelasting moet worden betaald.
b)           Het is bovendien in strijd met de wettelijk voorgeschreven rekenmethode, om éérst aan het huishouden alle ‘onttrokken’ stroom volledig te factureren en over dat gehele volume aan ‘onttrokken’ stroom BTW en Energiebelasting in rekening te brengen; en die rekenfout dan te willen corrigeren door te zeggen dat het huishouden daarnáást echter recht heeft op een ‘vergoeding’ voor alle ‘ingevoede’ stroom tegen hetzelfde all-in-tarief als de onttrokken stroom; en dan tot slot die twee geldbedragen met elkaar te gaan salderen.
Het grootste probleem is daarbij niet eens, dat de wet nu juist uitdrukkelijk verbiedt om álle onttrokken stroom te  factureren (alleen het saldo mag immers gefactureerd worden): maar het is vooral een mirakel waar deze mensen dan ineens die ‘vergoeding’ vandaan halen waarop het huishouden ‘recht’ zou hebben. De wettekst van artikel 31c lid 1 Elektriciteitswet noemt het woord ‘vergoeding’ nergens: deze wettekst biedt ook geen enkele basis of ruimte voor het toekennen van zo een vergoeding aan een huishouden, laat staan voor het berekenen van de hoogte daarvan.

We hebben het hier dus over een verzonnen vergoeding. En die door henzelf verzonnen vergoeding aan huishoudens vinden deze mensen vervolgens veel te hoog. Daarom kan de salderingsregeling maar beter worden afgeschaft, vinden ze, want hij is veel te duur.

Het eerste lid van artikel 31c Elektriciteitswet zegt, dat je uitsluitend hoeft te betalen voor de hoeveelheid stroom die de leverancier voor jou heeft moeten inkopen en voor jou op het net heeft moeten zetten en dat je niet hoeft te betalen voor de hoeveelheid stroom die je zelf hebt geproduceerd en tijdelijk op het net hebt gezet om later alsnog te gebruiken.
In deze wetsbepaling staat nergens dat je van iemand een ‘vergoeding’ krijgt voor de stroom die je hebt ‘ingevoed’. Zo een vergoeding krijg je dus ook inderdaad niet.
De hele redenering waarom de salderingsregeling te duur zou zijn en daarom afgeschaft moet worden, klopt niet, want de feiten waarop die redenering gebaseerd is, kloppen gewoon niet. Huishoudens ontvangen geen 0,22 euro voor elke ‘ingevoede’ kWh aan stroom. Sterker nog: geen enkel huishouden ontvangt ook maar enige vergoeding voor ‘ingevoede’ stroom.

Herstel: ‘bijna’ geen enkel huishouden.

Huishoudens die méér stroom ‘invoeden’ dan ze ‘onttrekken’? Je zou wel gek zijn.

Voor de volledigheid: er zijn  huishoudens die wel degelijk een vergoeding krijgen voor hun ‘ingevoede’ stroom. Zij vallen onder de tweede trap van de tweetraps-raket. Deze regeling staat in het derde lid van artikel 31c Elektriciteitswet. Het werkt als volgt.

Als je als huishouden in een jaar per saldo méér stroom op het net hebt ‘ingevoed’ dan je er aan stroom hebt afgehaald, dan heb je er als huishouden recht op dat jouw leverancier dit overschot-saldo van door jou geproduceerde stroom van jou opkoopt. Die leverancier moet jou daar bovendien een redelijke vergoeding voor betalen. Die redelijke vergoeding komt er op neer dat jouw leverancier aan jou ongeveer de inkoopsprijs moet betalen waarvoor hij normaliter zijn stroom inkoopt bij de grote stroomproducenten. Deze vergoeding van de leverancier voor de door jou ‘ingevoede’ stroom is dus geen ‘subsidie’ maar is de groothandelsprijs die je van hem ontvangt voor jouw overschot aan stroom die hij wettelijk verplicht is om van jou af te nemen.
Die groothandelsprijs is een hele lage koopprijs, zo rond de 0,02 euro per kWh. Voor deze vergoeding is het niet lonend voor een huishouden om zonnepanelen aan te schaffen want zelfs als ze 30 jaar meegaan, verdien je ze nog niet terug met de verkoop van de geproduceerde stroom. Daarom doet  ‘bijna’ geen huishouden dat. Je zou wel gek zijn.

Final curtain?

Deze week vergadert de Kamer over de toekomst van de salderingsregeling.
Gaan we het zien dat de salderingsregeling door de politiek wordt afgeschaft?
Durft de regering als argument het verzinsel te gebruiken dat door de salderingsregeling de burgers een veel te hoge subsidie ontvangen voor hun zelf geproduceerde stroom?
Gaat de regering zeggen dat we niet moeten zeuren dat de politiek nog maar twee jaar geleden beloofd heeft om de salderingsregeling in ieder geval tot 2023 te handhaven?
En belooft de regering dan als zoethoudertje een nieuwe regeling die bijna net zo goed is?

Tot slot, hieronder de wettekst van de salderingsregeling voor mensen die het eens goed zélf willen nalezen. Voor een goed begrip: als de wet het heeft over  ‘afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid’ dan worden daarmee bedoeld: kleinverbruikers.

Artikel 31c Elektriciteitswet 1998
1             Voor afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, die duurzame elektriciteit invoeden op het net, berekent de leverancier het verbruik ten behoeve van de facturering en inning van de leveringskosten, door de aan het net onttrokken elektriciteit te verminderen met de op het net ingevoede elektriciteit, waarbij de vermindering maximaal de hoeveelheid aan het net onttrokken elektriciteit bedraagt.2             Voor afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, die niet-duurzame elektriciteit invoeden op het net, berekent de leverancier het verbruik ten behoeve van de facturering en inning van de leveringskosten door de aan het net onttrokken elektriciteit te verminderen met de op het net ingevoede elektriciteit, met een maximum van 5000 kWh aan op het net ingevoede elektriciteit, voor zover het saldo van de aan het net onttrokken minus de op het net ingevoede elektriciteit niet minder dan nul bedraagt.3             Indien de door de afnemer, bedoeld in het eerste en tweede lid, op het net ingevoede hoeveelheid elektriciteit groter is dan de hoeveelheid die ingevolge die leden in mindering wordt gebracht op de aan het net onttrokken elektriciteit, betaalt de leverancier aan de betreffende afnemer voor het meerdere een redelijke vergoeding.
[1] Technisch is dit niet helemaal correct omdat stroom strikt genomen niet een stoffelijk voorwerp is dat je kunt bewaren, verplaatsen of leveren, maar de Elektriciteitswet gaat uit van de fictie dat dat wél zo is, zodat ook het tijdelijk opslaan of bewaren van stroom dan mogelijk is.