31 januari 2018 - Hoe ver mag een columnist gaan bij het bekritiseren van personen?

Hoe ver mag een columnist gaan bij het bekritiseren van personen?

Vrij ver, zo blijkt wederom uit een recent arrest van het Gerechtshof in Den Haag. Het ging in deze zaak om een kritisch stuk van columnist Guido De Wijs in het AD Amersfoortse Courant over het gedrag van de veroordeelde pedofiel Sytze van der V. De directe aanleiding voor de column was een procedure die Van der V. tegen de Gemeente Amersfoort had gevoerd waarin hij zich met succes beklaagde over het feit dat de burgemeester van Amersfoort buurtbewoners via een brief op de hoogte had gesteld van de komst van Van der V. naar hun buurt. Dit leidde tot veel onrust en uiteindelijk zelfs demonstraties voor het huis van Van der V. De kantonrechter oordeelde dat de burgemeester hiermee te ver was gegaan en het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van Van der V. had geschonden. Zedendelinquenten die hun straf hebben uitgezeten moeten ook de kans krijgen om weer een nieuw leven op te bouwen en van een overheidsorgaan mag worden verwacht dat niet te snel aan angstgevoelens wordt toegegeven, aldus de kantonrechter.

In de column van de Wijs wordt aandacht gevraagd voor het dilemma waarin de burgemeester van Amersfoort zich bevond. Daarbij wordt vooral ook scherpe kritiek geuit op de handelswijze van Van der V. Zo wordt onder meer gewezen op het feit dat Van der V. al zelf uit eigen beweging een journalist op de hoogte had gesteld van zijn komst naar Amersfoort (overigens zonder de exacte locatie te melden) en dat hij ook regelmatig zelf de publiciteit had opgezocht (bijvoorbeeld door het meewerken aan een uitgebreid interview in de Volkskrant en het bijhouden van een weblog waarop vaak provocerende uitspraken werden gedaan). De column bevatte onder meer de volgende door het Hof aangehaalde passages:

Nu had de burgemeester ook beter een gerenommeerde conflictbemiddelaar kunnen consulteren. Van een psychopathische provocateur kun je een strijd namelijk nooit winnen. Die zuigt, ettert, en daagt uit (plaatst bijvoorbeeld een foto van peuters van [naam kinderdagverblijf] op zijn weblog). En vooral: hij is ziek, zwak en zielig. Hij verwijt de buurtbewoners het koesteren van ‘onderbuikgevoelens’, kan niet tegen stress maar wijst elk gesprek en elk aanbod dat zou kunnen leiden tot verbetering van zijn welzijn consequent af. Ook de meest ervaren reclasseringsambtenaar strandt in wanhoop bij dit soort gehaaide manipulators.Afgelopen dinsdag stond er in [krant 2] een uitvoerig interview met [appellant] Grote foto erbij waarop we hem uit het raam zien kijken. Het allereerste wat in het oog schiet, is de verrekijker die op zijn vensterbank ligt. Ik wil niet denken aan waar hij naar zit te gluren, want wie weet speurt deze querulant naar de volgende stressverhogende rechtszaak.

Van der V. vorderde een verklaring voor recht dat deze column onrechtmatig is, betaling van een schadevergoeding en verwijdering van de column van de website van de krant.

Relevante criteria

Het Hof stelt, zoals gebruikelijk in dit soort zaken, voorop dat het in dit geval gaat om een botsing tussen het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, eer en goede naam. Welk recht in een concreet geval zwaarder weegt, dient te worden bepaald aan de hand van een belangenafweging waarbij alle relevante omstandigheden in aanmerking dienen te worden genomen.

Een aantal uitgangspunten zijn bij de beoordeling van belang. Zo is in de rechtspraak meerdere keren bevestigd dat de vrijheid van meningsuiting ook beledigende of schokkende uitingen kan omvatten. Verder is ook het type publicatie waarin de gewraakte uiting is opgenomen relevant bij de beoordeling. Columns hebben volgens de Hoge Raad doorgaans het karakter van een relatief korte, oppervlakkige en ironische beschouwing. Daarbij gaat het vaak om waardeoordelen en niet om een objectieve, feitelijke weergave. Aan een columnist wordt dan ook een grotere vrijheid toegekend om te overdrijven en gebruik te maken van scherpe bewoordingen dan aan een onderzoeksjournalist.

De vrijheid van de columnist is echter zeker niet onbegrensd, zo bevestigt het Hof. Deze wordt onder meer begrensd door het feit dat de “gebezigde bewoordingen niet nodeloos grievend mogen zijn of bedoeld om een persoon te kwetsen, terwijl columnisten bij het uiten van hun persoonlijke mening over personen geen kwalificaties mogen bezigen of vergelijkingen mogen treffen waartoe de feiten in redelijkheid geen aanleiding geven.”

De uitkomst in een concrete zaak is op grond van de hiervoor omschreven maatstaven niet altijd goed te voorspellen. Een bekend voorbeeld daarvan is de kwalificatie van Bram Moszkowicz als “maffiamaatje” door Jort Kelder. Het Amsterdamse Hof oordeelde dat deze kwalificatie “onnodig diffamerend” was en onvoldoende steun vond in het beschikbare feitenmateriaal, een en ander ondanks het feit dat het Hof eerder had vastgesteld dat Moszkowicz vriendschappelijke betrekkingen onderhield met verschillende prominente personen uit het criminele milieu.

Afweging in deze zaak

Het Hof benadrukt in deze zaak dat de column een maatschappelijk relevant onderwerp behandelde, te weten de uitspraak waarin de gemeente was veroordeeld en de commotie die was ontstaan na de publicatie van de burgemeester. Verder wordt in aanmerking genomen dat Van der V. regelmatig zelf de publiciteit had opgezocht waarbij hij zich ook vaak provocerend en beledigend had uitgelaten jegens andere personen. Zo noemde hij demonstranten regelmatig “tokkies” en had hij na een nachtelijke demonstratie van buurtbewoners een foto van een slapend jongetje op zijn weblog geplaatst met daarbij de tekst: “p.s., mijn logé sliep er gelukkig doorheen zoals u ziet.” Het Hof verduidelijkt dat dit van invloed kan zijn op de mate van provocatie en belediging die Van der V. zich dan op zijn beurt moet laten welgevallen.

Op basis van deze maatstaven en overwegingen komt het dan wellicht ook niet als een verrassing dat de gewraakte passages uit de column als geoorloofd worden aangemerkt. Zo concludeert het Hof dat term “psychopatische provocateur” weliswaar als beledigend kan worden gezien, maar dat deze kwalificatie in de gegeven omstandigheden niet onnodig kwetsend of grievend is. Voor het publiek zal duidelijk zijn dat de auteur hiermee niet heeft beoogd een medische diagnose te stellen en dat het slechts een waardeoordeel betreft. Gelet op het provocerende gedrag van Van der V. kan daarnaast ook niet worden gezegd dat de feiten in redelijkheid geen aanleiding geven tot die kwalificatie. Om dezelfde redenen worden ook de overige negatieve kwalificaties zoals “gehaaide manipulator” door het Hof rechtmatig geacht. De zinsnede “ik wil niet denken aan waar hij naar zit te gluren” is volgens het Hof weliswaar suggestief maar gelet op het relevante toetsingskader en andere omstandigheden ook niet onrechtmatig.

Conclusie

Het arrest van het Hof bevestigt dat aan columnisten een grote vrijheid toekomt om personen te bekritiseren. Echter is die vrijheid niet onbegrensd. Vooral waar het gaat om de vraag of bepaalde negatieve kwalificaties voldoende steun vinden in de feiten komen rechters nog wel eens tot verassende conclusies. De hiervoor aangehaalde uitspraak van het Hof Amsterdam in de zaak tussen Quote en Moszkowicz is daar een voorbeeld van.

Voor vragen over dit onderwerp kunt u terecht bij Charlie Engels.