30 november 2018 - Ilaha Muhseni

Ik accepteer, maar protesteer - Hoge Raad bevestigt advies A-G

Een maand geleden schreef ik over een zaak die bij de Hoge Raad voorligt over het onder protest aanvaarden van een gewijzigde functie, en bijbehorend lager salaris, door een werknemer. Het hoogste woord is er uit: de Hoge Raad overweegt dat het onder protest gaan vervullen van een gewijzigde functie niet betekent dat de werknemer daarmee de gewijzigde functie, en salaris, ook aanvaardt.

De Hoge Raad overweegt dat de werkgever er pas op mag vertrouwen dat een werknemer een functie aanvaardt die voor de werknemer een verslechtering van zijn arbeidsvoorwaarden meebrengt, indien op grond van verklaringen en gedragingen van de werknemer mag worden aangenomen dat deze welbewust met die nieuwe functie instemt. De enkele omstandigheid dat de werknemer de werkzaamheden van de nieuwe gewijzigde functie verricht, is onvoldoende voor het aannemen van een ‘welbewuste instemming’, aldus de Hoge Raad.

Daarbij benadrukt de Hoge Raad dat een werknemer in de verhouding tot zijn werkgever verplicht is de bedongen arbeid te verrichten, en hij het risico loopt dat het niet verrichten van opgedragen werkzaamheden als werkweigering zal worden aangemerkt, met vermoedelijk alle gevolgen van dien (loonstopzetting en ontslag). Tot slot acht de Hoge Raad het van belang dat de werknemer in de onderhavige zaak uitdrukkelijk verklaarde niet in te stemmen met de gewijzigde functie met het bijbehorende lagere loon.

De Hoge Raad maakt korte metten met de poging van het hof om het criterium van de ‘welbewuste instemming’ te verruimen. De lijn in de rechtspraak van de Hoge Raad blijft daarmee in stand: om aan te kunnen nemen dat een werknemer gewijzigde arbeidsvoorwaarden (in deze zaak een gewijzigde functie met bijbehorend lager salaris) aanvaardt, dient de betreffende werknemer welbewust in te stemmen met die gewijzigde arbeidsvoorwaarden. En een ‘welbewuste instemming’ kan niet al te gemakkelijk worden aangenomen. Een stilzwijgende instemming ligt in ieder geval niet in de rede zoals eerder overwogen door de Hoge Raad. Maar een instemming onder protest dus ook niet, aldus de Hoge Raad in deze zaak.