5 maart 2015 - Pensioen is hot! 

Pensioen is hot! 

De wetgeving verandert continue. Het kan niemand zijn ontgaan dat de AOW-leeftijd stapsgewijs wordt  verhoogd. Verder is bijvoorbeeld het maximaal pensioengevend inkomen afgetopt op één ton. Ook staat er nu, begin 2015, al weer een aantal wetsvoorstellen op stapel, onder meer om de pensioencommunicatie te verbeteren, maar ook over de inspraak van de OR.

Aanpassing pensioenregeling

Deze vele (wets)wijzigingen leiden ertoe dat pensioenregelingen moeten worden aangepast. Dat gaat vaak niet zonder slag of stoot. Reden waarom de (eenzijdige) wijziging van pensioenregelingen ook met regelmaat in de rechtspraak aan de orde komt. Zo heeft de kantonrechter Amersfoort zich daarover onlangs in een voor werkgever gunstige zin uitgelaten.

Kantonrechter Amersfoort 4 februari 2015

De pensioenregeling in kwestie was meermalen (eenzijdig) in negatieve zin voor de werknemers bijgesteld. De werkgever beriep zich daarbij op een eenzijdig wijzigingsbeding. Eén werknemer was het daarmee niet eens. Zijn eigen instemming zou zijn vereist, alsmede die van de OR; beide ontbraken.

Ontbreken instemming OR

De OR was niet om instemming verzocht (terwijl dat wel had gemoeten), maar was daartegen niet (tijdig) opgekomen. Daaraan verbindt de kantonrechter de conclusie dat het er voor moet worden gehouden dat de OR zich bij de wijzigingen heeft neergelegd.

Zwaarwichtig belang

Vervolgens stelt de kantonrechter dit “zich neerleggen” op één lijn met de instemming van de OR, in die zin dat dit een aanwijzing vormt voor een zwaarwichtig belang. Dat is namelijk vereist voor een succesvol beroep op een eenzijdig wijzigingsbeding. Nu de wijzigingen zijn ingegeven door gewijzigde wetgeving (zoals de invoering van de Pensioenwet in 2007) is daarmee het zwaarwichtige belang voor de werkgever gegeven, aldus de kantonrechter. De werknemer in kwestie haalt dus bakzeil.

Biedt dit werkgevers hoop voor wijziging? 

Deze uitspraak biedt hoop voor werkgevers voor het wijzigingen van pensioenregelingen als gevolg van wetswijzigingen, maar je kunt er zeker niet blind op varen. Beide door de kantonrechter gehanteerde redeneringen lijken namelijk wat kort door de bocht.

Miskenning OR-traject

In de eerste plaats gaat de kantonrechter er aan voorbij dat de wijze van (al dan niet) besluitvorming door de OR van gewicht zou moeten zijn bij de waardering die daaraan wordt toegekend. Er kunnen immers legio redenen zijn waarom een OR niet (tijdig) heeft geageerd tegen de wijzigingen. Het zou maar zo kunnen dat de wijzigingen aan de aandacht van de OR zijn ontsnapt. De OR heeft maar één maand nadat het bekend is geworden met de uitvoering van een dergelijk instemmingsplichtig besluit de tijd om hiertegen op te komen. Wellicht waren de leden in die maand bijvoorbeeld met vakantie. Bovendien is pensioen geen gemakkelijk onderwerp voor de gemiddelde werknemer en dat geldt vast evenzo voor een OR-lid. Onbekendheid leidt niet zelden tot stilzitten.  Bij wie gaat de envelop met pensioeninformatie niet ongeopend de la in?

Wetswijzigingen zwaarwichtig belang? 

Ook de redenering dat wetswijzigingen automatisch een zwaarwichtig belang opleveren is – hoe begrijpelijk ook vanuit werkgeversoogpunt – in het verleden regelmatig verworpen bij andere arbeidsvoorwaardelijke wijzigingen. Te denken valt aan de noodzakelijke wijzigingen als gevolg van de zorgverzekeringswet.

Conclusie

Kortom: eenzijdige wijziging van arbeidsvoorwaarden, zoals een pensioenregeling, is en blijft bepaald geen sinecure. Pensioen en de (wets)wijzigingen op dat terrein zullen de komende tijd dan ook wel een hot topic blijven. Wordt vervolgd dus.