1 mei 2018 - Martyn Top

Roken in de tijd van de baas

Roken is niet meer zo populair als voorheen. We kennen allemaal de afschrikwekkende foto’s op pakjes sigaretten. In cafés mag niet meer gerookt worden en ook werkgevers moeten hun werknemers een rookvrije omgeving bieden. Zo is het aantal rokers al jaren dalende en moeten rookruimtes in de horeca binnen twee jaar dicht van het kabinet.

Is roken een non-issue geworden? Nee, althans niet voor de ondernemingsraad van het Justitieel Complex Zaanstad (JC Zaanstad). Die ondernemingsraad wist invloed uit te oefenen op het door JC Zaanstad geïntroduceerde – beperkende – rookbeleid. Wat was er aan de hand?

Voorgenomen besluit: beperkte rookplaatsen én in onbetaalde pauze
JC Zaanstad is per 1 juli 2016 in gebruik genomen, en is gebouwd aan de hand van een in 2009 opgesteld programma van eisen, inclusief negen rookruimtes. Deze rookruimtes zijn echter nooit in gebruik genomen. De directeur van JC Zaanstad wilde invulling geven aan maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van roken en vitaliteit; daar past de ingebruikname van deze negen rookruimtes niet bij. Aangezien de Tabakswet en Arbeidsomstandighedenwet JC Zaanstad verplichten om alle medewerkers een rookvrije werk- en pauzeplek aan te bieden, heeft zij aan haar ondernemingsraad in een instemmingsverzoek voorgelegd dat haar medewerkers enkel zouden mogen roken in de openbare ruimte voor het complex en in een aantal luchtplaatsen binnen het complex. Bovendien wilde JC Zaanstad dat roken enkel zou zijn toegestaan tijdens onbetaalde pauzes.

Gedetineerden mogen roken in hun cel
Saillant detail: gedetineerden mogen wél roken, in hun cel. Dat dit voor een cipier die tevens fervent roker is een frustrerende aangelegenheid kan zijn, behoeft geen nadere toelichting. Zeker gelet op het feit dat veel medewerkers van JC Zaanstad afkomstig zijn van centra waar onder werktijd mocht worden gerookt, zij het in onderling overleg en mits de werkzaamheden het toelieten. Dat was ook de feitelijke situatie bij JC Zaanstad na ingebruikname van het nieuwe detentiecentrum.

Ondernemingsraad verleent geen instemming
De ondernemingsraad kon zich niet vinden in het nieuwe rookbeleid; hij onthield zijn instemming. Daarop verzocht JC Zaanstad de kantonrechter om aan haar vervangende instemming te verlenen om het voorgenomen besluit in te voeren.

Oordeel kantonrechter
Bij de kantonrechter voert JC Zaanstad aan dat bij ingebruikname van de rookruimtes, zij niet zou kunnen garanderen dat het niet-rokende personeel toch blootgesteld zou worden aan rook wanneer hun rokende collega’s de ruimtes zouden betreden. De kantonrechter oordeelt dat JC Zaanstad een zwaarwegend belang zou kunnen hebben om roken in die rookruimtes niet toe te staan indien gedegen onderzoek uitwijst dat er uit de rookruimtes tabaksrook ontsnapt ondanks de aanwezige afzuiging. Dat onderzoek ontbreekt. De kantonrechter komt vervolgens tot de conclusie dat JC Zaanstad niet mag verbieden dat die speciaal aangelegde rookruimtes gebruikt worden.

Roken in de tijd van de baas?
De kantonrechter volgt JC Zaanstad waar het gaat om het niet toestaan van roken buiten onbetaalde pauzes. De niet-rokende collega beschikt namelijk niet over dergelijke (kortdurende) pauzes. Bovendien zou het overzicht van werkzame medewerkers ontbreken wanneer het invullen van pauzes geheel zou worden overgelaten aan de medewerkers. Handhaving van orde en veiligheid zou daarmee in het gedrang kunnen komen. Roken in de tijd van de baas is er dus niet langer bij.

Tips
Deze zaak laat zien dat een ondernemingsraad meer invloed kan hebben op arbeidsvoorwaardelijk beleid dan op het eerste gezicht wellicht mogelijk lijkt. Immers: JC Zaanstad bood haar werknemers reeds gelegenheid om te roken; waarom dan die negen additionele rookruimtes in gebruik nemen? Dat heeft te maken met het systeem van de wet. De toets bij de kantonrechter is of de beslissing van de ondernemingsraad om geen instemming te geven onredelijk is, of het voorgenomen besluit van de ondernemer gevergd wordt door zwaarwegende bedrijfsorganisatorische, bedrijfseconomische of bedrijfssociale redenen.
De argumenten van een ondernemer, JC Zaanstad in dit geval, dienen in dit kader redelijker te zijn dan die van de ondernemingsraad. Eenvoudig uitgedrukt: heeft een ondernemingsraad een ‘goed verhaal’, dan is de kans aanwezig dat hij een voorgenomen besluit van een ondernemer kan blokkeren.