Streaming maakt oude muziekcontracten niet onredelijk, maar opzegging wel mogelijk
Een happy-hardcoreduo dat in de jaren negentig hits scoorde, droeg destijds de auteursrechten op zijn muziekwerken over aan een muziekuitgeverij, zodat deze de werken kon exploiteren. Ruim dertig jaar later wilden de auteurs de exploitatieovereenkomsten beëindigen en hun auteursrechten terugkrijgen.
Dankzij streamingplatforms als Spotify kunnen oude hits opnieuw populair worden en inkomsten opleveren. De auteurs vonden dat de afspraken die zij met hun muziekuitgeverij hadden gemaakt, daardoor oneerlijk uitpakten. De Rechtbank Midden-Nederland oordeelde in augustus 2026 echter dat de contractsbepalingen niet onredelijk bezwarend waren. Wel mochten de auteurs de overeenkomsten opzeggen, zonder dat daarvoor een zwaarwegende grond nodig was.
Wat was er aan de hand?
Het duo sloot in 1995 en 1996 exploitatieovereenkomsten met een muziekuitgeverij over de exploitatie van de muziekwerken van het duo. In dat verband droegen de auteurs de auteursrechten op de muziekwerken over aan de uitgeverij, die de werken vervolgens kon exploiteren. De muziekuitgaveovereenkomsten liepen voor de duur van de auteursrechten. In de praktijk is dit zeventig jaar na de dood van de makers.
De overeenkomsten gaven het duo recht op 50% van de netto-opbrengsten van de exploitatie, maar alleen gedurende een looptijd van ongeveer drie jaar. Daarnaast ontving het duo een voorschot van 1,2 miljoen gulden, dat werd verrekend met de inkomsten totdat het voorschot was terugverdiend. Daarna ontvingen zij alleen nog twee derde van de BumaStemra-inkomsten. Het resterende deel van de inkomsten ging naar de muziekuitgeverij.
Ruim dertig jaar na het maken van de afspraken stapten de auteurs naar de rechter. Zij vonden onder meer dat bepaalde contractsbepalingen onredelijk bezwarend waren en dat deze om die reden moesten worden vernietigd. Zij kregen alleen in de eerste jaren een vergoeding van 50% van de netto-opbrengsten en bij het sluiten van de overeenkomsten bestond streaming nog niet. Ook vorderde het duo een verklaring voor recht dat de overeenkomst was opgezegd, zodat zij hun auteursrechten zouden terugkrijgen.
Geen onredelijk bezwarende bedingen
De rechter oordeelde dat de contractsbepalingen over de verdeling van de inkomsten niet onredelijk bezwarend waren. De auteurs voerden aan dat de muziekuitgeverij de werken voor de volledige duur van het auteursrecht mocht exploiteren, terwijl de 50%-verdeling van de netto-inkomsten al een tijd niet meer gold.
De rechtbank ging niet mee in het betoog dat de bepalingen om die reden onredelijk bezwarend waren. Daarbij speelde een rol dat de muziekindustrie zich kenmerkt door een relatief snelle doorlooptijd. Muziekwerken zijn vaak maar gedurende een relatief korte periode na het uitbrengen daarvan populair. Dat was volgens de rechtbank ook hier het geval. Over de relatief (hoge) inkomsten ontving het duo aan het begin 50% van de netto-opbrengsten. Daarna ontving het duo twee derde van de (lagere) BumaStemra-inkomsten. Dat de muziekuitgeverij naast de BumaStemra-inkomsten nog andere substantiële inkomsten uit de exploitatie van de muziekwerken ontving, is de rechtbank bovendien niet gebleken.
Het duo stelde daarnaast dat het verdienmodel in de loop der jaren is veranderd door onder andere de mogelijkheid van streamen, de hernieuwde populariteit van happy hardcore en de hernieuwde populariteit van oudere muziekwerken als een nieuw uitgebracht muziekwerk erg populair wordt.
De rechtbank verwierp ook dit betoog. De toetsing of een beding onredelijk bezwarend is, vindt namelijk uitsluitend ex tunc plaats. Dit betekent dat alleen de omstandigheden ten tijde van het sluiten van de overeenkomst meetellen. Dat het verdienmodel dertig jaar later ingrijpend is veranderd door de opkomst van streaming, was volgens de rechtbank dan ook niet relevant. Bovendien waren de auteurs bij het sluiten van de overeenkomsten bijgestaan door ervaren deskundigen.
Opzegging
Wel kon het duo de muziekuitgaveovereenkomsten opzeggen. Volgens vaste rechtspraak zijn muziekuitgaveovereenkomsten waarin de auteursrechten door de maker voor de duur van het auteursrecht worden overgedragen aan te merken als duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd en zijn deze in beginsel opzegbaar. Naar het oordeel van de rechtbank was er geen zwaarwegende grond voor opzegging nodig. Daarbij was van belang dat het ging om exploitatieovereenkomsten die meer dan 30 jaar oud waren. De investeringen van de muziekmaatschappij waren al jaren geleden terugverdiend. Dat gold ook voor het voorschot. Verder was niet gebleken dat de muziekmaatschappij nog noemenswaardige investeringen had gedaan ten behoeve van de exploitatie van de titels van het duo.
Er moest volgens de rechtbank een opzegtermijn worden gehanteerd. Een opzegtermijn van zes maanden achtte de rechtbank redelijk. Na afloop daarvan moest de muziekuitgeverij de auteursrechten op de betrokken werken terug overdragen aan de auteurs en moest zij de exploitatie van die werken staken.
Meer weten?
De uitspraak is te vinden onder ECLI:NL:RBMNE:2026:6161. Heeft u vragen over uw muziekuitgave-overeenkomst of wilt u weten of opzegging in uw situatie mogelijk is? Neem gerust contact met ons op.