21 augustus 2017 - Martyn Top

Wanneer werven overgaat in ronselen

In “Een kostbare beëindiging van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd” liet ik zien dat het niet opnemen van een tussentijds opzegbeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kostbare gevolgen kan hebben. Jacob, ondernemer, schikt uiteindelijk met zijn werknemer. De zoektocht naar nieuw personeel is begonnen. Aangezien Jacob nog niet over de middelen beschikt om een recruiter in de arm te nemen, spreekt hij zelf zijn netwerk aan. Een logisch vertrekpunt lijkt hem zijn ex-werkgever. Hij weet precies wie daar de harde werkers zijn. Laura, één van zijn ex-collega’s, was altijd een zeer betrouwbare kracht en een fijne collega. Misschien zou zij wel los te weken zijn?

Arbeidsrechtelijke avances

Jacob besluit haar te benaderen en uit te nodigen voor een kop koffie. Jacob komt er al gauw achter dat Laura niet meer zo op haar plek zit bij haar huidige werkgever.

 

“Wat zou je ervan vinden als je bij mijn bedrijf in dienst zou treden?” vraagt Jacob.

 

Het idee van werken bij een startup bevalt Laura wel:

 

“Ik ben toe aan een nieuwe uitdaging.” “Geweldig. Ik stuur je een voorstel”

 

Jacob stelt een arbeidsovereenkomst op – voorzien van een tussentijds opzegbeding –en stuurt die aan Laura toe. Een paar weken later kondigt Laura aan dat zij vertrekt en voor het bedrijf van Jacob te gaan werken. HR is not amused. Eerst Jacob, nu Laura. Ze hadden al niet kunnen voorkomen dat Jacob een concurrerende onderneming was gestart, en nu zou één van de beste krachten bij hem in dienst treden.

 

“Wat kunnen we hiertegen beginnen?” vraagt de algemeen directeur aan HR. De arbeidsovereenkomst van Jacob wordt er weer bij gepakt. Artikel 14 luidt als volgt:

 

“Anti-ronselbeding Het is werknemer niet toegestaan om, direct ,danwel indirect, werknemers van Werkgever te benaderen, teneinde hen te bewegen het dienstverband met Werkgever te beëindigen.”

 

Verderop staat een boetebeding op basis waarvan Jacob (de werknemer) een boete van EUR 10.000,– per overtreding van o.a. het anti-ronselbeding verbeurt.

 

“Dit laten we niet zomaar gebeuren. Stuur Jacob maar een sommatiebrief. We gaan die boete incasseren.”

Moet Jacob die boete betalen?

Over een vergelijkbare kwestie moest de rechtbank Rotterdam zich onlangs buigen. De werknemer was gebonden aan een anti-ronselbeding, grotendeels geformuleerd zoals hierboven weergegeven. Daaraan gekoppeld was een boetebeding. De werkgever beschikte over een verklaring van één van haar werknemers met de volgende strekking:

 

“Hierop heb ik [ gedaagde ] opgebeld. Hij vroeg mij of ik interesse had om voor een ander te gaan werken. Het zou gaan om het ontmantelen van hennepkwekerijen en veegwerk. Ik heb hem gevraagd of het om de firma [X.] ging, maar daar kon hij geen ja of nee op zeggen. (..) 14 okt. j.l. kreeg ik een bericht van [ gedaagde ] met de volgende: “Dag [ S. ], kreeg een beetje raar bericht van de advocaat van EC. Ik heb jou niet inhoudelijk gesproken. Succes man later.”(…)”

 

Kennelijk heeft deze werknemer de loyaliteit van zijn oud-collega onderschat.

Er kwam geen dienstverband tot stand, maar desondanks ging de werkgever in deze zaak wél procederen. De kantonrechter oordeelde dat het anti-ronselbeding was overtreden, ook al lag in het midden wie nu precies het initiatief had genomen. Een vrij streng oordeel (het beding zelf vereiste immers dat het initiatief bij de werknemer lag, en dat was nu juist niet aangetoond) dat mogelijk is ingegeven door de opstelling van de werknemer. Uiteindelijk werd de boete van EUR 2.500,– gematigd tot EUR 500,–, mede omdat de werkgever geen schade had geleden als gevolg van de overtreding van het anti-ronselbeding. Het vonnis had dus een sterk waarschuwend karakter.

 

Het kan ook anders aflopen, zoals in de zaak die bij de rechtbank Amsterdam speelde in 2016. Mijn collega Mick Hurks schreef daar eerder over. In die zaak was doorslaggevend dat de betreffende werknemer (die gebonden was aan het anti-ronselbeding) niet het initiatief had genomen om zijn oud-collega te benaderen. Ook was de werknemer in die zaak buiten de sollicitatieprocedure van zijn oud-collega gehouden. Overtreding van het anti-ronselbeding was niet aangetoond. De tip van Hurks – sanctioneer ook sec het meewerken aan de totstandkoming van een nieuwe arbeidsrelatie – geldt desalniettemin onverminderd. Dat verstrekt de mogelijkheden van een werkgever om het anti-ronselbeding te handhaven.

Wat nu? Een getuigenverhoor?

Het is de vraag hoever de oud-werkgever van Jacob wil gaan. Indien Jacob betwist dat hij het anti-ronselbeding heeft overtreden, is een logische eerste stap dat de oud-werkgever Laura benadert met de vraag wat er precies is voorgevallen tussen haar en Jacob. Indien Laura niet meewerkt aan het opstellen van een verklaring zou de oud werkgever van Jacob zowel Jacob als Laura haar als getuigen op kunnen roepen in een voorlopig getuigenverhoor. Maar zal de werkgever zover willen gaan?