30 oktober 2023 - Jasper van Hulst

Stagiair of werknemer?

Kan een stageovereenkomst of een leer-werkovereenkomst aangemerkt worden als een gewone arbeidsovereenkomst?

Veel bedrijven maken gebruik van stagiaires die tegen een vaak geringe vergoeding de gelegenheid krijgen om ervaring op te doen, al dan niet in het kader van een opleiding die elders wordt gevolgd. Hier is natuurlijk niets mis mee maar wat geregeld misgaat is dat iets dat als stageovereenkomst begint gaandeweg wordt ingevuld als een arbeidsovereenkomst.

Aspergestekers

Een mooi voorbeeld is de werkgever die werknemers uit Oost-Europa in de gelegenheid stelde om het vak van aspergesteker te leren. Daartoe werd de werknemers een stageplek aangeboden en mochten zij tegen een minimale vergoeding een paar weken lang ‘de fijne kneepjes van het vak leren’.

Het zal niemand verbazen dat de rechter hier een dikke rode streep door haalde. De Hoge Raad heeft al lang geleden geoordeeld dat slechts als het leeraspect de boventoon voert, en níet het verrichten van arbeid, er sprake kan zijn van een stageovereenkomst in plaats van een arbeidsovereenkomst.

Wat de aspergestekers betreft, na een rijtje of twee steken was wel duidelijk hoe dit in z’n werk ging en de rest was gewoon arbeid, dus een arbeidsovereenkomst.

Leer-werkovereenkomst

Bij veel stage-achtige overeenkomsten ligt het minder duidelijk. Bijvoorbeeld bij zogenoemde leer-arbeidsovereenkomsten die je tegenkomt in het MBO. Dit zijn overeenkomsten die gesloten worden tussen een opleidingsorganisatie, een leerling en een bedrijf. Ze worden ook wel Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL) genoemd.

Doel van de opleiding is dat de leerling in de praktijk ervaring opdoet wat vaak een verplicht onderdeel is van een studie. Denk dan aan bijvoorbeeld een opleiding tot verpleegster of apothekersassistent. Soms gaat een leerling één dag in de week naar school en de rest van de week naar het bedrijf om daar in de praktijk de eigen kennis te vergroten. Maar bij dat laatste kan het misgaan. De scheidslijn tussen wat nog als opleiding geldt en wat echt werk is, is niet hard. Gaat het werk de boventoon voeren in plaats van de opleiding dan kan er toch sprake zijn van een arbeidsovereenkomst.

Hof Den Haag

Dit laatste speelde onlangs in een procedure voor het Hof Den Haag. Een leerling verpleegkundige sloot een BBL-praktijkovereenkomst met haar onderwijsinstelling en een werkgever in de thuiszorg. Vlak voordat de leerling verpleegkundige met zwangerschapsverlof gaat beëindigt de werkgever de overeenkomst met als argument dat de verpleegkundige te veel ziek is geweest en de opleiding daardoor niet meer op tijd kon afronden.

De verpleegkundige is van oordeel dat niet het opleidingsaspect maar het werkaspect de boventoon voerde. De kantonrechter ging hier niet in mee maar het Hof wel. Er was sprake van een contract van 24 uur per week waarin feitelijk maar 4 uur was ingeruimd voor de opleiding. Daarnaast ontving de verpleegkundige een iets hoger loon dan het wettelijk minimum (BBL-) loon. Daarmee was volgens het Hof dan ook sprake van een arbeidsovereenkomst. De gevolgen daarvan kunnen aanzienlijk zijn zoals het mogelijk niet kunnen beëindigen daarvan of het verschuldigd zijn van een transitievergoeding of zelfs, zoals in deze zaak het geval was, een billijke vergoeding.

Check en dubbelcheck

Wie in welke vorm dan ook met stagiaires werkt doet er goed aan de contracten te checken en te dubbelchecken. Uit het voorbeeld hierboven blijkt dat ook zoiets ‘officieels’ als een BBL geen zekerheid geeft dat er geen sprake kan zijn van een arbeidsovereenkomst. Het is en blijft zaak om goed op schrift te zetten wat de bedoeling is van de te sluiten stage-overeenkomst (check) en daar dan ook echt uitvoering aan te geven en blijven geven (dubbelcheck).